De eerste keer dat ik een each way weddenschap plaatste, dacht ik dat ik een slimme zet deed. Mijn paard eindigde als derde, ik kreeg geld terug, en ik voelde me een winnaar – tot ik de rekening maakte en besefte dat ik netto verlies had gedraaid. Dat is de paradox van each way: het voelt als een vangnet, maar als je de wiskunde niet snapt, betaal je dubbel voor een halve troost.
Each way is verreweg het meest misverstane wedtype bij paardenraces. Het klinkt eenvoudig – je wedt op winst en op een plaats – maar achter die eenvoud zit een berekening die de meeste wedders niet maken. Na negen jaar odds analyseren ben ik ervan overtuigd dat each way in specifieke situaties briljant is, en in andere situaties een manier om geld weg te geven aan de bookmaker. Win-weddenschappen domineren de markt met 36% van alle wedtypen, gevolgd door each way met 22%. Die populariteit zegt iets over de aantrekkingskracht, maar niet over de winstgevendheid.
De each way berekening stap voor stap
Vergeet even alles wat je denkt te weten en begin bij nul. Een each way weddenschap is geen enkele weddenschap – het zijn er twee. Je zet twee keer je inleg in: een keer op de winst, een keer op een plaatsing. Als je 10 euro each way inzet, betaal je dus 20 euro in totaal. Dat detail vergeten veel beginners, en het verandert de hele vergelijking.
Het winstdeel werkt zoals elke normale weddenschap. Je paard wint, je krijgt de volle odds uitbetaald over je eerste 10 euro. Stel dat de odds 10,00 zijn: dat levert 100 euro op (inclusief inzet).
Het plaatsdeel is waar het ingewikkeld wordt. De bookmaker betaalt een fractie van de winodd uit – meestal 1/4 of 1/5 – en alleen als je paard binnen een bepaald aantal posities eindigt. Bij een veld van 8 of meer deelnemers zijn doorgaans de eerste drie plaatsen “betalend”. Bij 5 tot 7 deelnemers alleen de eerste twee. Bij minder dan 5 deelnemers bieden de meeste bookmakers helemaal geen each way aan.
Terug naar ons voorbeeld. Je paard eindigt als tweede – geen winst, wel een plaats. De bookmaker hanteert 1/4 van de odds. Je plaatsdeel: (10,00 – 1) / 4 + 1 = 3,25 als decimale quotering. Over je 10 euro plaatsinzet ontvang je 32,50 euro. Trek daar je totale inzet van 20 euro af en je houdt 12,50 euro over. Niet slecht – maar lang niet zo spectaculair als de 80 euro netto die je had gehad bij een winst.
Nu het scenario waar het pijnlijk wordt. Je paard eindigt als vierde in een veld van negen. Geen winst, geen plaats. Je bent 20 euro kwijt in plaats van de 10 euro die een simpele winweddenschap zou hebben gekost. Each way verdubbelt je risico als het paard buiten de plaatsen valt. Dat is de keerzijde die niemand je vertelt in de promotiefolders.
Wanneer is each way slim?
Ik heb jarenlang bijgehouden wanneer each way winstgevend was in mijn eigen weddenschappen, en het patroon is glashelder. Each way werkt het beste bij outsiders met een realistische kans op een plaatsing in een groot veld. Denk aan een paard met odds van 12,00 of hoger in een race met twaalf of meer deelnemers, waar drie plaatsen meetellen.
De logica is wiskundig. Bij hoge odds is de plaatsfractie (1/4 of 1/5 van de winodd) nog steeds een aantrekkelijke quotering. Een paard op 16,00 met 1/4-plaatsvoorwaarden geeft een plaatsquotering van 4,75 – dat is op zichzelf een prima weddenschap als het paard een kans van 25% of meer heeft om in de top drie te eindigen.
Bij favorieten is each way bijna altijd een slechte deal. Een paard op 2,50 geeft een plaatsquotering van slechts 1,375. Je riskeert 20 euro om bij een plaatsing 13,75 euro terug te krijgen – een nettoverlies van 6,25 euro. Alleen bij winst draai je dan positief, en als het paard zo sterk is dat je verwacht dat het wint, waarom zou je dan dubbel betalen voor een plaatsverzekering die nauwelijks iets oplevert?
De sweet spot ligt bij paarden in de range van 8,00 tot 20,00 in races met grote velden. Daar is de plaatsfractie hoog genoeg om als zelfstandige weddenschap aantrekkelijk te zijn, en de kans op een plaatsing is reëel genoeg om de dubbele inzet te rechtvaardigen.
Each way bij Nederlandse bookmakers
Na de sluiting van ZEturf in januari 2025 zijn de mogelijkheden voor each way weddenschappen op paardenraces in Nederland verschoven naar de internationale bookmakers met een KSA-vergunning. Het aanbod verschilt per aanbieder, en niet elke bookmaker die sportsbetting aanbiedt heeft een volledige sectie voor paardenraces.
Waar je op moet letten bij het kiezen van een platform voor each way weddenschappen: de plaatsfractie (1/4 is standaard bij de meeste Brits-georiënteerde bookmakers, maar sommige bieden 1/5 – dat scheelt flink in je uitbetaling), het aantal betalende plaatsen (sommige aanbieders bieden bij grote velden vier plaatsen aan in plaats van drie, wat je kans op een return vergroot), en of each way beschikbaar is voor internationale races of alleen voor specifieke meetings.
Bij 82% van alle sportieve weddenschappen in Nederland die online worden geplaatst, is de kans groot dat je each way digitaal zult doen. Het voordeel daarvan is dat je de berekening rustig kunt maken voordat je bevestigt. Geen haast, geen druk van een loket dat sluit – gewoon de rekenmachine erbij pakken en kijken of de cijfers kloppen.
Mijn persoonlijke werkwijze: ik bereken altijd eerst of het plaatsdeel als zelfstandige weddenschap aantrekkelijk is. Als ik het paard zou kiezen voor een pure plaatsweddenschap tegen de geboden plaatsfractie – los van de winstkans – dan is each way een goede keuze. Zo niet, dan zet ik liever een kleiner bedrag in op alleen de winst. Die discipline heeft me in negen jaar meer opgeleverd dan welke each way-strategie ook.
